Terugblik van het bestuur
De vraag of de concurrentiekracht van Europa sterk genoeg is en of het zijn industriële basis kan behouden, dringt zich steeds meer op. Volgens Hanane Taidi, directeur-generaal van de internationale brancheorganisatie TIC Council, ligt een belangrijk deel van het antwoord in een sterke interne markt en een robuuste en toekomstbestendige kwaliteitsinfrastructuur. ‘Zonder vertrouwen is er geen concurrentievermogen en zonder sterke interne markt geen economische weerbaarheid.’
Taidi verwijst naar recente Europese analyses over de toekomst van de interne markt. Mario Draghi, voormalig president van de Europese Centrale Bank en oud-premier van Italië, onderzocht in opdracht van de Europese Commissie hoe Europa zijn concurrentiekracht kan herstellen. Enrico Letta, eveneens oud-premier van Italië, bracht in kaart hoe de interne markt beter kan functioneren. ‘Hun conclusies benadrukken dat de interne markt niet alleen op papier, maar ook in de praktijk goed moet functioneren.’ De rol van de kwaliteitsinfrastructuur is hierbij cruciaal. ‘Accreditatie, standaardisatie, metrologie, conformiteitsbeoordeling en markttoezicht vormen de mechanismen die regels vertalen naar vertrouwen, vertrouwen naar kwaliteit en kwaliteit naar concurrentiekracht.’
Taidi ziet dat de Europese kwaliteitsinfrastructuur een sterke basis heeft, maar niet altijd meebeweegt met de snelheid van technologische ontwikkeling. Op het gebied van standaardisatie heeft Europa weliswaar stappen gezet, maar niet snel genoeg. Digitale technologieën en AI ontwikkelen zich in hoog tempo. Ze zegt: ‘We moeten onze processen daaraan aanpassen en investeren in online tools en het ontwikkelen van een gemeenschappelijke digitale infrastructuur voor een snellere en betere samenwerking bij standaardisatie.’
Ook binnen Europese regelgeving zelf ziet zij verschuivingen. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht grote ondernemingen om uitgebreid te rapporteren over hun duurzaamheidsimpact. Grote accountantskantoren hebben zich snel toegelegd op duurzaamheidsborging. Taidi: ‘Dat is begrijpelijk gezien hun capaciteit, maar het roept wel de vraag op of Europa zijn kwaliteitsinfrastructuur op dit gebied volledig benut.’
Binnen die kwaliteitsinfrastructuur is accreditatie ‘de bewaker van de tempel van vertrouwen’, stelt Taidi. ‘Accreditatie bevestigt dat een organisatie die conformiteitsbeoordelingen doet, betrouwbaar en competent is en het werk deskundig, consistent en onpartijdig uitvoert. Een enkel verschil in toepassing heeft direct impact op de werking van de interne markt.’
Ze vat samen: ‘Uiteenlopende interpretaties van normen, een beperkte transparantie over de beschikbare scopes van accreditatie en het ontbreken van gemeenschappelijke verwachtingen over responstijden kunnen de toegang tot de markt vertragen en zorgen voor onzekerheid bij het ontwikkelen van innovatieve technologieën. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe technologieën als waterstoftoepassingen, AI-producten en digitale systemen waarvoor nog niet altijd de benodigde accreditaties bestaan op de gewenste schaal.
Naast structurele knelpunten ziet Taidi ook veranderingen in de TIC-sector. Deze levert al jarenlang conformiteitsbeoordelingen die de geloofwaardigheid van wettelijke en vrijwillige vereisten waarborgt. Nu ontstaat er een nieuwe dynamiek waarbij de uitdaging ligt in de manier waarop dit wordt gedaan en of de kwaliteit ervan kan worden gewaarborgd.
Zo bieden sommige technologiebedrijven diensten aan die lijken op conformiteitsbeoordeling, maar zonder accreditatie. Daarmee bewegen zij zich niet alleen buiten de formele kwaliteitsinfrastructuur. Het kan leiden tot inconsistenties in het toezicht en in de mate van bescherming die consumenten en autoriteiten verwachten. Taidi concludeert: ‘Om relevant te blijven en het vertrouwen te behouden in dit snel veranderende landschap, moeten we onze kwaliteitsinfrastructuur vernieuwen en aanpassen aan de nieuwe realiteit.’
Gelukkig zijn er volop kansen voor modernisering. De eerste ligt in een sterkere samenwerking tussen alle partijen binnen de kwaliteitsinfrastructuur. Taidi legt uit: ‘Samen moeten we competenties opbouwen om te digitaliseren. Zo kunnen we opkomende technologieën efficiënt afhandelen. Daarvoor moeten we grensoverschrijdende accreditatie bevorderen, expertises opbouwen op het gebied van AI en transparantie stimuleren over welke scopes voor accreditatie beschikbaar zijn of worden ontwikkeld.’
De tweede concrete kans ligt volgens Taidi in de herziening van het New Legislative Framework (NLF), dat sinds 2008 in Europa de basis legt voor CE-markering, accreditatie en markttoezicht. ‘Inmiddels is de economische realiteit ingrijpend veranderd. Dit raamwerk biedt de mogelijkheid om conformiteitsbeoordeling beter te laten aansluiten op digitale producten, AI-componenten en duurzaamheidsclaims.’
De TIC-sector en de kwaliteitsinfrastructuur vormen het fundament van de interne markt en zijn essentieel voor het vertrouwen van consumenten en bedrijven, maar modernisering is noodzakelijk. Waar het TIC-systeem traditioneel instond voor industriële veiligheid en naleving van regelgeving, strekt de hedendaagse behoefte zich verder uit.
Conformiteitsbeoordeling kan volgens Taidi niet langer uitsluitend een statische toets zijn. Het vereist realtime monitoring, de inzet van digitale instrumenten, mogelijkheden voor beoordeling op afstand en een robuuste validatie van duurzaamheidsinformatie.
In een Europese economie waar digitale technologie, data en duurzaamheid, moet het systeem van accreditatie en conformiteitsbeoordeling in rap tempo mee-evolueren. ‘De herziening van het nieuwe wetgevingskader, in combinatie met nauwere samenwerking, modernisering en harmonisering binnen de kwaliteitsinfrastructuur bepaalt in hoeverre Europa nieuwe technologieën kan integreren en de positie in internationale waardeketens kan versterken.’
Hanane Taidi is directeur-generaal van de TIC Council, de internationale brancheorganisatie voor bedrijven die actief zijn in testen, inspecteren en certificeren (TIC).
Vanuit die positie vertegenwoordigt zij de sector in Europese en mondiale beleidsdiscussies over regelgeving, accreditatie en markttoegang en speelt zij een actieve rol in het debat over de toekomst van de Europese kwaliteitsinfrastructuur.