Terugblik van het bestuur
Hoe weerbaar zijn Nederland en Europa in een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen en economische afhankelijkheden zichtbaar worden? Volgens Sandor Gaastra, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, begint die vraag bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs: vertrouwen in de systemen waarop onze samenleving draait. ‘Strategische kwetsbaarheden kunnen we ons niet permitteren.’
‘In Utrecht kwam eind vorig jaar plotseling geen betrouwbaar drinkwater meer uit de kraan. Binnen een uur waren de supermarkten leeg. Mensen hadden een noodpakket, deelden flessen water met familie en vrienden. Op zo’n moment zie je direct wat weerbaarheid is,’ zegt Gaastra. ‘En hoe snel die onder druk komt te staan. Water, energie en voedsel blijken toch niet vanzelfsprekend. Zodra het vertrouwen in wat eerder gewoon was, wordt geraakt, merken we direct hoe afhankelijk we zijn.’
We leven in een wereld waarin de onrust toeneemt. Geopolitieke spanningen, handelsconflicten en verstoringen in toeleveringsketens raken ons allemaal. Dat dwingt ons om fundamentele vragen te stellen. Hoe weerbaar zijn we als Nederland? Hoe weerbaar zijn we als Europa? En hoe zorgen we er tegelijkertijd voor dat we onze hoge welvaart behouden? In dat spanningsveld speelt ook de TIC-sector een belangrijke rol.
Nederland is niet los te zien van Europa. ‘Op mondiale schaal is Nederland een kleine speler en onze toekomst is onlosmakelijk verbonden met die van de Europese Unie, zegt Gaastra. Hij verwijst naar recente richtinggevende analyses. Mario Draghi, voormalig president van de Europese Centrale Bank en oud-premier van Italië, laat zien dat het economisch niet goed gaat met Europa. Hij onderzocht in opdracht van de Europese Commissie hoe Europa zijn concurrentiekracht kan versterken. Enrico Letta, eveneens oud-premier van Italië, analyseerde hoe de interne markt beter kan functioneren. Hun conclusie: Europa moet sneller besluiten, gerichter investeren en innovatie versnellen om economisch relevant te blijven.
‘Denk aan de discussie rondom Nexperia en de afhankelijkheid van chips, of aan de afhankelijkheid van andere landen voor cruciale grondstoffen die nodig zijn voor bijvoorbeeld de digitale en energietransitie. Dat zijn strategische kwetsbaarheden die we ons niet kunnen permitteren.’
Tegelijkertijd is de Europese interne markt nog niet voltooid. Een volwaardige kapitaalmarktunie ontbreekt. ‘De verschillen in regelgeving tussen de EU-lidstaten zijn groot en dat maakt opschalen lastig. Dat is mondiaal een nadeel.’ Weerbaarheid vereist dat Europa onderlinge afhankelijkheden juist afbouwt, nieuwe partnerschappen aangaat en handelsverdragen sluit met andere delen van de wereld. Met steun van Nederland. Daarnaast is meer innovatie nodig en dat vraagt om gerichte inzet van Europese middelen en eenvoudigere regelgeving.
Europa mag dan de context vormen; Nederland kent ook zijn eigen uitdagingen. Gaastra haalt hiervoor De route naar toekomstige welvaart – Een sterk Nederland in een relevant Europa aan, het rapport van Peter Wennink dat de analyses van Draghi en Letta vertaalt naar de Nederlandse situatie. ‘Dat rapport laat zien dat structurele belemmeringen onze concurrentiekracht onder druk zetten. Netcongestie en het stikstofvraagstuk raken de hele economie.’ Bedrijven wijken uit omdat zij hier geen toegang krijgen tot stroom of ruimte. Dat heeft invloed op investeringen, innovatie en productiviteit.
Ook moeten we kritisch kijken naar onze regels. Waar kunnen regels eenvoudiger, slimmer of zelfs worden afgeschaft? ‘We kunnen niet alles blijven doen,’ zegt Gaastra. ‘Nederland moet keuzes durven maken over waar het economisch op in zet en waar de strategische kracht ligt.’ Tegelijkertijd vraagt productiviteitsgroei om gerichte investeringen in onderwijs en onderzoek. ‘Publieke middelen kunnen private investeringen aanjagen, mits plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.’
Hierin is volgens Gaastra een duidelijke rol weggelegd voor de TIC-sector, die een grote rol speelt in ons dagelijks leven en in het functioneren van de economie. ‘Accreditatie en conformiteitsbeoordeling worden niet voor niets de stille motor van het Europese concurrentievermogen genoemd.’ De sector werkt aan vertrouwen. Zij verlaagt kosten voor bedrijven en maakt handel op Europese en internationale schaal mogelijk. Zonder betrouwbare testen geen veilige batterijen, geen medische innovaties en geen digitale toepassingen waarop bedrijven kunnen bouwen.
Tegelijkertijd ziet hij de uitdagingen. Zo is het speelveld in Europa niet overal gelijk: niet alle TIC-bedrijven leveren dezelfde kwaliteit. Bovendien handelen landen als de Verenigde Staten sneller en bepalen zij in toenemende mate normen en standaarden. ‘Wie de standaard zet, heeft de markt in handen.’
Hier ligt dan ook een gezamenlijke opgave, zegt Gaastra. ‘Nederland en de EU moeten prioriteiten stellen en daar consistent op inzetten. De TIC-sector kan bijdragen door actief voorop te lopen bij het versterken van de Nederlandse en Europese markt. Zo versterken we niet alleen onze positie binnen Europa, maar ook daarbuiten’.
Sandor Gaastra is secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Hij is verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en -uitvoering op het terrein van innovatie, industrie, concurrentiekracht en de Nederlandse inzet binnen de Europese interne markt.